Legacy-IPv4-blokken: wat ze zijn en waarom ze meer opbrengen
Heeft u een IPv4-blok dat al decennia op naam van uw organisatie staat? Dan is de kans reëel dat het legacy-ruimte is, en dat het per adres meer waard is dan vergelijkbare ruimte die een RIR heeft uitgegeven.
Legacy-blokken brengen meestal meer op dan RIR-toegewezen ruimte van dezelfde omvang. Wat uw blok precies opbrengt hangt af van de omvang, de historie en de regio – de actuele range per blokgrootte staat bij de IPv4-prijzen.
Wat legacy-ruimte is
Legacy-IPv4-blokken zijn toegewezen vóór de regionale registries bestonden, in de tijd dat toewijzingen centraal liepen. Toen RIPE, ARIN en APNIC werden opgericht, zijn die oudere blokken niet zomaar onder hun beleid komen te vallen. Ze staan wel in de registratie, maar zonder het contract dat bij een latere toewijzing hoort.
Waarom dat verschil maakt
Het onderscheid is niet dat u legacy-ruimte “echt bezit” en RIR-ruimte niet. Het verschil zit in de contractuele positie:
- Bij RIR-toegewezen ruimte gebruikt u de adressen onder de voorwaarden van de registry, via een LIR-lidmaatschap of een sponsorende LIR.
- Bij legacy-ruimte ontbreekt die contractuele band grotendeels. Er zijn geen registryvergoedingen over het blok en het beleid van de RIR grijpt er minder op aan.
Voor de markt vertaalt zich dat in een hogere prijs per adres, en in meer vrijheid om over te dragen wanneer u dat wilt.
Waar u op moet letten
- Legacy-ruimte kan in een LIR-account worden ondergebracht met behoud van de legacy-status. De omzetting naar PA of PI is echter eenrichtingsverkeer: terug kan niet.
- Registries staan niet te juichen bij legacy-ruimte en kunnen procedures ingewikkelder maken.
- Binnen de RIPE-regio worden legacy-transfers niet gepubliceerd. Prettig voor uw privacy, maar het betekent ook dat een deel van de markt onzichtbaar blijft in de transfergegevens.
- De regels rond inter-RIR-transfers en sponsorende LIR’s verschillen per registry en veranderen. Wij toetsen dat per blok voordat er iets wordt afgesproken.
Verkopen, verhuren of houden
Legacy-ruimte kan direct worden overgedragen, ook aan een partij die bij geen enkele RIR is aangesloten. Dat maakt de kring van mogelijke kopers groter dan bij RIR-toegewezen ruimte.
Wilt u het blok aanhouden, dan is verhuren een manier om er inkomsten uit te halen zonder het te verkopen.
Wij bemiddelen sinds 2014 in IPv4-transfers en zijn gespecialiseerd in legacy-ruimte. De taxatie van uw blok kost u niets.
Legacy-blokken zijn de IP-blokken die centraal zijn uitgegeven – meestal aan grotere bedrijven en instellingen – vóórdat de Regional Internet Registries zoals ARIN en RIPE bestonden. Daardoor hebben deze blokken een bijzondere status, die ze waardevoller maakt.
De voordelen:
- Legacy-adressen vallen niet onder de RIR’s; hun regels en beleid gelden er niet voor.
- Legacy-blokken zijn daarmee „echt” eigendom – anders dan gewone PA- en PI-blokken, die het LIR-lid alleen in gebruik krijgt.
- De adressen kunnen, waar dat gunstig is, als activum op de balans worden opgenomen.
- U kunt ze net zo inzetten als PI-blokken; daarvoor heeft u een sponsoring LIR nodig.
- U kunt legacy-blokken in uw LIR-account houden en toch de legacy-status behouden.
- Omdat de regels niet gelden, kunt u op elk moment verkopen of overdragen. U kunt vandaag kopen en volgende week doorverkopen. Dat is ook interessant als u een heel specifiek aantal adressen nodig heeft: wat u niet gebruikt, verkoopt u meteen door. Ook overdrachten tussen zusterondernemingen zijn eenvoudig.
- Die directe overdraagbaarheid geeft het blok de eigenschappen van een waardevast bezit – van een valuta.
- Legacy-blokken kunnen ook van en naar AFRINIC en LACNIC worden overgedragen (LACNIC is inmiddels met inter-RIR-transfers begonnen).
- Meer discretie: legacy-transfers binnen de RIPE-regio worden niet gepubliceerd.
- U kunt legacy-blokken laten omzetten naar PA- of PI-status – de RIPE NCC doet dat graag voor u. Terug naar legacy kan daarna niet meer, en daarom raden wij het af.
- Een legacy-blok kan worden overgedragen aan een bedrijf dat geen lid is van een RIR.
- Omdat u legacy-bezit kunt aanhouden zonder diensten van een RIR af te nemen, bespaart u desgewenst de jaarlijkse RIR-kosten.
- En tot slot is een wisseling van eigenaar zelfs zonder formele transfer mogelijk: wie de objectgegevens en de MNT-gegevens aanpast, wisselt feitelijk van eigenaar. Wij raden aan de transfer daarnaast toch bij de RIPE NCC te melden.
De nadelen:
- Voor legacy-blokken betaalt u een opslag. Hoe hoog die opslag uitvalt verschilt per blok en per moment; hij ligt doorgaans 5 tot 10 procent boven de gangbare prijs voor door een RIR toegewezen blokken, omdat ze bij kenners zeer gewild zijn en ook brokers ze prefereren: ze kunnen rechtstreeks worden gekocht en verkocht.
- De meeste mensen kennen de voordelen van legacy-bezit niet.
- De RIPE NCC en andere registries zijn geen liefhebber van legacy en kunnen het u lastig maken. Zo kon legacy-bezit bijvoorbeeld niet worden aangeboden via de RIPE Transfer Listing Service, toen die er nog was.
Het vermelden waard: ook cloudaanbieders brengen inmiddels IPv4-gebruik in rekening – op onze pagina over de IPv4-kosten van AWS ziet u hoe die kosten zich verhouden tot het bezit van legacy-blokken.
Ter vergelijking: wat een RIPE NCC-lidmaatschap kost. Een eigen LIR-account kost in 2026 1.800 EUR per jaar en vanaf 2027 1.894 EUR, plus een eenmalige aansluitvergoeding van 1.000 EUR, beide excl. btw. Die vergoeding is een vast bedrag, ongeacht de omvang van uw bezit; voor één enkel /24 staat dat in geen verhouding. Via een sponsorende LIR vervalt dat: het RIPE NCC rekent 75 EUR per jaar per onafhankelijke of legacy-resource, en de sponsorende LIR brengt daar zijn eigen servicevergoeding bovenop. Overweegt u een /24 en bent u nog geen lid, dan is dat de route om eerst door te rekenen.
Legacy-blokken hebben wij meestal in portefeuille. Wij zoeken legacy-blokken voor kopers en taxeren en verkopen ze voor houders. Houdt u legacy-blokken en wilt u weten wat ze vandaag waard zijn? De taxatie is gratis.
